Het is mooi optijd en ik parkeer mijn auto op het parkeerterrein voor de school. Ik adem de herfstlucht in en loop naar school. Voor het hek staan 2 van mijn oud-leerlingen, ze zitten nu in hun examenjaar. Ze zijn mijn eerste lichting en gaan eind dit schooljaar hopelijk een diploma halen. “Goeiemorgen Juf, hoe is het?” Ik vertel kort iets over mezelf en ik vraag hoe het met hen gaat. De Bulgaarse jongen tovert vol trots een auto sleutel uit zijn jaszak. “Ik heb mijn rijbewijs gehaald juf en ik kom nu met de auto naar school!” Wauw! De andere jongen lacht een beetje en zegt dan: “Hij rijdt ‘s ochtends een rondje en haalt ons dan op. Zo komen we allemaal met de auto.” Ik vind het geweldig om te zien dat de jongens nog steeds contact hebben. Ik herinner me de stilte van de eerste weken nog zo goed. Ik was net zo onwennig als mijn eerste mentorklas. Stil zaten ze naast elkaar in het lokaal want ze konden, niet alleen mij, maar elkaar ook niet verstaan. Nu hebben ze vrienden gemaakt, een rijbewijs gehaald én gaan ze waarschijnlijk dit schooljaar een diploma halen.
Ik loop door naar school en ik zeg: “Fijne dag jongens, ik zie jullie bij de diplomauitreiking!”. Ik krijg terug: “Fijne dag juf, leuk om u weer even gesproken te hebben!”. Wat er ook gebeurd vandaag, mijn dag is al gemaakt.
𝑀𝑎𝑟𝑙𝑜𝑒𝑠 𝑣𝑎𝑛 𝐵𝑒𝑒𝑘 𝑤𝑒𝑟𝑘𝑡 𝑎𝑙𝑠 𝑑𝑜𝑐𝑒𝑛𝑡 𝑁𝑒𝑑𝑒𝑟𝑙𝑎𝑛𝑑𝑠 / 𝑁𝑇𝟸 op ℎ𝑒𝑡 𝑀𝑢𝑛𝑑𝑢𝑠 𝐶𝑜𝑙𝑙𝑒𝑔𝑒. 𝑍𝑖𝑗 𝑔𝑒𝑒𝑓𝑡 𝑙𝑒𝑠 𝑎𝑎𝑛 𝑛𝑖𝑒𝑢𝑤𝑘𝑜𝑚𝑒𝑟𝑠𝑘𝑙𝑎𝑠𝑠𝑒𝑛 𝑒𝑛 𝑠𝑐ℎ𝑟𝑖𝑗𝑓𝑡 𝑟𝑒𝑔𝑒𝑙𝑚𝑎𝑡𝑖𝑔 𝑐𝑜𝑙𝑢𝑚𝑛𝑠 𝑜𝑣𝑒𝑟 ℎ𝑎𝑎𝑟 𝑤𝑒𝑟𝑘 𝑣𝑜𝑜𝑟 𝑑𝑒 𝐴𝑚𝑠𝑡𝑒𝑟𝑑𝑎𝑚𝑠𝑒 𝐾𝑙𝑎𝑠.