De startgesprekken met de nieuwe mentorleerlingen zijn geweest. Ik heb kennisgemaakt met de leerlingen die ik de komende twee jaar zal gaan begeleiden in de ontwikkeling van hun Nederlands. Om eerlijk te zijn vond ik het spannend. Mijn mentorleerlingen van vorig jaar ga ik zeker missen. Vind ik opnieuw een klik met deze leerlingen? Hoe bouw ik ook alweer een band op als we niet dezelfde taal spreken? Vinden ze taalmaatjes in de klas of blijft het in het begin stil? 

Ik was gespannen maar dat bleek niet nodig. Mijn Marokkaans(Darija) sprekende leerling bracht een vader mee die al jaren in Nederland woont en Nederlands spreekt. Voor mijn mentorleerling uit Iran wist ik dat we een onderwijsassistente in de school hebben die ook Farsi spreekt. Een Columbiaanse jongen bracht zijn halfbroer mee en ik vroeg mijn directe collega die Spaans spreekt. Dat werd een heel gezellig gesprek over een nieuwe toekomst en voetbal. Terwijl ik mijn gesprekken voerde hoorde ik op de gang een leerling gefrustreerd raken. Hij schopte tegen de muur en we konden hem niet bereiken. Emoties maken het nog moeilijker om je te duiden in een andere taal dan je eigen taal. We belden een collega die een verdieping lager zat te werken. Ze kwam naar boven en sprak de jongen aan in het Pools. Zijn ogen lichtte op en hij begon te vertellen. Het is wonderlijk om te zien hoe mensen, die elkaar nog niet kennen maar dezelfde taal spreken, met elkaar connecten. 

Op mijn school pluk je zo een collega uit de gang die kan helpen en vertalen. We zijn voorbeelden, rolmodellen en de wereld in één. Het is geweldig om te werken in een omgeving waar meertaligheid zo gewaardeerd wordt. Taal is meer dan een communicatiemiddel of cultuur, het is de kapstok voor het leren van nieuwe dingen en het aangaan van relaties in een nieuw land. 

Één van mijn mentorleerlingen kwam niet opdagen. Ik wist nog niks over hem maar belde het nummer dat ik uit Magister haalde. Ik kreeg een vrouw aan de telefoon die me begroette en daarna een beetje in paniek zei: Turkish?! Geef me 1 moment. Ik liep verderop in de gang om te zoeken naar een Turks sprekende collega. Nog geen 4 deuren verder vond ik er 2! Mijn collega sprak met de moeder en ik hield de telefoon vast. Toen er werd opgehangen vertelde ze dat ze nog in Istanbul waren en dat moeder haar excuses aanbood dat haar zoon nog niet op school was. Ze hadden eerder geen geld om terug te vliegen en moesten wachten tot haar salaris gestort was. Inmiddels is die leerling ook aangekomen in de klas en kunnen we beginnen! Nog heel weinig Nederlands, maar we gaan het redden samen.

𝑀𝑎𝑟𝑙𝑜𝑒𝑠 𝑣𝑎𝑛 𝐵𝑒𝑒𝑘 𝑤𝑒𝑟𝑘𝑡 𝑎𝑙𝑠 𝑑𝑜𝑐𝑒𝑛𝑡 𝑁𝑇𝟸 op ℎ𝑒𝑡 𝑀𝑢𝑛𝑑𝑢𝑠 𝐶𝑜𝑙𝑙𝑒𝑔𝑒. 𝑍𝑖𝑗 𝑔𝑒𝑒𝑓𝑡 𝑙𝑒𝑠 𝑎𝑎𝑛 𝑛𝑖𝑒𝑢𝑤𝑘𝑜𝑚𝑒𝑟𝑠𝑘𝑙𝑎𝑠𝑠𝑒𝑛 𝑒𝑛 𝑠𝑐ℎ𝑟𝑖𝑗𝑓𝑡 𝑟𝑒𝑔𝑒𝑙𝑚𝑎𝑡𝑖𝑔 𝑐𝑜𝑙𝑢𝑚𝑛𝑠 𝑜𝑣𝑒𝑟 ℎ𝑎𝑎𝑟 𝑤𝑒𝑟𝑘 𝑣𝑜𝑜𝑟 𝑑𝑒 𝐴𝑚𝑠𝑡𝑒𝑟𝑑𝑎𝑚𝑠𝑒 𝐾𝑙𝑎𝑠.