‘Je hebt geen taal nodig als je de taal van de liefde spreekt’, zoiets wordt wel eens gezegd. Met allemaal nieuwkomerleerlingen, waar de hormonen door de puberlijven gieren, wordt dat heel duidelijk.

Wanneer mijn mentorklas het lokaal verlaat staat mijn tweedejaarsgroep al voor de deur te wachten. De leerlingen kruisen elkaar en de tweedejaars nemen plaats. Een stoere Spaanse jongen komt naar me toe en zegt: ‘Juf, wie is dat meisje met krullen? Ik vind haar mooi.’ Ik vertel hem haar naam en ik zeg; ‘ze is zeker mooi, en ook heel lief’. 

Een week later begrijp ik dat ze elkaar hebben toegevoegd op Snapchat. Hij zoekt haar steeds vaker op en ook van haar hoorde ik dat zij inmiddels zijn naam weet. Zij spreekt Engels en geen woord Spaans en hij spreekt Spaans en geen woord Engels. Toch lijken ze elkaar te begrijpen.

Nog iets later lopen ze hand in hand door de gang en brengt en haalt hij haar bij elke les. Ze knuffelen, hij tilt haar op en ze blijven in de kantine hangen na de lesdag. Ze kunnen in het geleerde Nederlands een beetje van elkaar leren kennen. Ze zijn het voorbeeld dat je voor de liefde niet dezelfde taal hoeft te spreken.

𝑀𝑎𝑟𝑙𝑜𝑒𝑠 𝑣𝑎𝑛 𝐵𝑒𝑒𝑘 𝑤𝑒𝑟𝑘𝑡 𝑎𝑙𝑠 𝑑𝑜𝑐𝑒𝑛𝑡 𝑁𝑒𝑑𝑒𝑟𝑙𝑎𝑛𝑑𝑠 / 𝑁𝑇𝟸 op ℎ𝑒𝑡 𝑀𝑢𝑛𝑑𝑢𝑠 𝐶𝑜𝑙𝑙𝑒𝑔𝑒. 𝑍𝑖𝑗 𝑔𝑒𝑒𝑓𝑡 𝑙𝑒𝑠 𝑎𝑎𝑛 𝑛𝑖𝑒𝑢𝑤𝑘𝑜𝑚𝑒𝑟𝑠𝑘𝑙𝑎𝑠𝑠𝑒𝑛 𝑒𝑛 𝑠𝑐ℎ𝑟𝑖𝑗𝑓𝑡 𝑟𝑒𝑔𝑒𝑙𝑚𝑎𝑡𝑖𝑔 𝑐𝑜𝑙𝑢𝑚𝑛𝑠 𝑜𝑣𝑒𝑟 ℎ𝑎𝑎𝑟 𝑤𝑒𝑟𝑘 𝑣𝑜𝑜𝑟 𝑑𝑒 𝐴𝑚𝑠𝑡𝑒𝑟𝑑𝑎𝑚𝑠𝑒 𝐾𝑙𝑎𝑠.