In juni ga ik met mijn nieuwkomersklas op kamp. Vorig jaar gingen we een dagje naar de Veluwe. Nu gaan we naar de zee, de Noordzee, het strand! Voor veel van mijn leerlingen gaat dat de eerste keer worden dat ze het Nederlandse strand zien. Tijdens de mentorles laat ik op het digibord een filmpje van de groepsaccommodatie zien. De leerlingen reageren verschillend. De één met open mond, de ander met duidelijke paniek in de ogen. Weer een ander vroeg: ‘Juf, waarom is het water grijs?’. Deze leerling komt uit het zuiden van Italië en is een heerlijke helderblauwe zee gewend.
Dat wij en onze Nederlandse leerlingen kunnen zwemmen is iets waar je van uit kunt gaan. Met leerlingen uit bijvoorbeeld Egypte, Ghana, Italië, Bulgarije is dat heel anders. Aan het begin van het schooljaar probeer ik in het kennismakingsgesprek zoveel mogelijk over de leerlingen te weten te komen. Wanneer ik ze vraag: ‘Kun je zwemmen?’ zullen ze altijd met ‘ja’ antwoorden. Die vraag stel ik niet meer. Ik weet inmiddels dat ze daarmee bedoelen: ‘Ja ik ben wel eens in aanraking geweest met water’. Daarom vraag ik tegenwoordig: ‘Heb je een zwemdiploma of zou je er een willen halen?’. Mijn collega’s van Lichamelijke Opvoeding maken er werk van dat zo veel mogelijk leerlingen een zwemdiploma halen. In het Mercatorbad wordt op vrijdagmiddag zwemles gegeven. Meestal zijn de leerlingen helaas te angstig om zich op te geven voor de zwemles. Maar nu gaan we op kamp naar zee….
Aan het einde van de mentorles over het kamp staan er twee leerlingen aan mijn bureau: ‘Juf, kunnen we nog meedoen met de zwemles?’ Het lijkt ze nu toch wel een goed idee. Vol trots heb ik ze opgegeven. Dan kunnen we allemaal met een gerust gevoel op kamp.
𝑀𝑎𝑟𝑙𝑜𝑒𝑠 𝑣𝑎𝑛 𝐵𝑒𝑒𝑘 𝑤𝑒𝑟𝑘𝑡 𝑎𝑙𝑠 𝑑𝑜𝑐𝑒𝑛𝑡 𝑁𝑒𝑑𝑒𝑟𝑙𝑎𝑛𝑑𝑠 / 𝑁𝑇𝟸 op ℎ𝑒𝑡 𝑀𝑢𝑛𝑑𝑢𝑠 𝐶𝑜𝑙𝑙𝑒𝑔𝑒. 𝑍𝑖𝑗 𝑔𝑒𝑒𝑓𝑡 𝑙𝑒𝑠 𝑎𝑎𝑛 𝑛𝑖𝑒𝑢𝑤𝑘𝑜𝑚𝑒𝑟𝑠𝑘𝑙𝑎𝑠𝑠𝑒𝑛 𝑒𝑛 𝑠𝑐ℎ𝑟𝑖𝑗𝑓𝑡 𝑟𝑒𝑔𝑒𝑙𝑚𝑎𝑡𝑖𝑔 𝑐𝑜𝑙𝑢𝑚𝑛𝑠 𝑜𝑣𝑒𝑟 ℎ𝑎𝑎𝑟 𝑤𝑒𝑟𝑘 𝑣𝑜𝑜𝑟 𝑑𝑒 𝐴𝑚𝑠𝑡𝑒𝑟𝑑𝑎𝑚𝑠𝑒 𝐾𝑙𝑎𝑠.